Geraadpleegde Historici

Ondergang in Bedwelming door: A.M.G. Rutten.

Korte inleiding:

Dit boek beperkt zich tot het gebruik van drugs en giften in het West-Romeinse Rijk en de rol die ze gespeeld kunnen hebben in de val van het Rijk. Onder drugs verstaan we dan stoffen die niet zijn bedoeld om als voedsel of geneesmiddel te dienen, maar als gemeenschappelijk kenmerk dragen het bewustzijn van de gebruiker ingrijpend te kunnen veranderen en om die reden dan ook worden gebruikt of aan anderen worden opgedrongen. Drugs zijn vergif, maar niet ieder gif is een drug. Bij langdurig gebruik van sommige drugs kunnen na stoppen onthoudingsverschijnselen optreden die door toenemende onlustgevoelens en optredende hersenbeschadiging, uitstoting en stigmatisering, de gebruiker op den duur in een vicieuze cirkel doen belanden.

Een analyse van de gang van zaken rond het drugsprobleem in het Romeinse Rijk is daarom niet alleen van belang voor de kennis van misbruik en gevolgen, maar kan ook belangrijk zijn voor een beter inzicht in het huidige drugsgebruik. 

 

Drugs in opmars:

Het heeft niet aan pogingen ontbroken om de ondergang van het West-Romeinse Keizerrijk te beschrijven in een allesomvattende interpretatie. Ter veklaring van de ondergang worden talloze hypothesen aangeboden. De destructieve invloed van het klimaatveranderingen, een sub-klinische loodvergiftiging, het chronische tekort aan soldaten naast het toelaten van vreemde militaire elites, en de corruptie van de hoofdstedelijke samenleving, zijn enkele naar voren geschoven elementen. Ook de argumenten op moreel en godsdienstig gebied spelen een rol. Opzich zijn dit onvoldoende redenen om als verklaring te dienen voor een verandering van een zo immens en complex karakter.

De verklaring van de val van het West-Romeinse Rijk moet veeleer worden gezocht in een complex samenspel van krachten en tegenkrachten, waar men wel nooit geheel inzicht in zal krijgen. In ieder geval hoort in dat samenspel ook de invloed van drugs thuis. De evolutie van de klassieke mens naar een profeet van de goden werd ongetwijfeld gekatalyseerd door drugs.

 

Kruiden als zwaarden:

Voor gifmoorden en suïcide stond, behalve scheerling, nog een rijk arsenaal aan giftige middelen ter beschikking waaronder de nachtschadegewassen, nieskruid, boterbloem, herfsttijloos, monnikskap vertratrum, de reeds eerder behandelde gifitge zwammen en minerale giften als arsenicum- en loodverbindingen. Wellicht bestaan er sterkere wisselingen in de toxiciteit van verschillende planten.

Als bijzonder snelwerkend gif staat Aconitum bekend, maar aangezien de Romeinen alle plantaardige vergiften 'Aconiton' en 'Myoctonon' noemden, is het niet zeker of alle gerapporteerde gevallen betrekking hebben op vergiftiging met (blauwe) monnikskap. Britannicus, de zoon en troonopvolger van Claudius werd vergiftigd met monnikskap, waarbij heet water in de gifdrank werd gegoten, valt te betwijfelen. Maar in heet water ontleedt het makkelijk tot het veel minder werkzame pseudoacontitine. Een fatale vergiftiging verloopt binnen 2 tot 6 uur en daarvoor is een orale dosis van 2 tot 4 gram blad of verse knol nodig. Artsen waren als leverancier vaak betrokken bij vergiftigingsgevallen. In het Romeins privaatrecht werd vergiftiging als bewust gepleegde misdaad zwaarder bestraft dan moord met het zwaard.

 

Aftakeling in zicht:

Consumptie van giftig voedsel en onnodig gebruik van drugs zijn allen een bedreiging voor de openbare orde en de gezondheidstoestand gaan vormen. De ziel was belangrijker dan het lichaam en onder invloed van het christendom gingen wijwater, relikwieën en martelaren, heilige olie en gebeden de plaats innemen van oude beproefde medicatie. Baden, algemene en individuele hygiëne, door Galenus nog zo sterk aanbevolen, werden in de 5e eeuw steeds minder gebruikt. Het gebrek aan openbare hygiëne ging gepaard met het negeren van lichamelijke zindelijkheid, hoewel overal voldoende water werd aangevoerd door reusachtige aquaducten.

Bovendien ging in een periode  waarin de regering van het Rijk grote moeite had aan zijn financiële verplichtingen te voldoen en de grenzen te beschermen, de leidinggevende aristocratie: senatoren, ridderstand en hoge militairen, gingen zich te buiten aan riskante en kostbare excessen, die meestal het faillisement bezegelden van hun maatschappelijk leven.

Zonder twijfel heeft toxicomanie een bijdrage geleverd aan deze nederlaag.

Het drama van een uitstervende sector van adviserende en leidinggevende figuren werd nog versterkt door bijkomende factoren. De beter gesitueerde middenklasse van magistranten, officieren, keizerlijke slaven en vrijgelatenen heeft het voorbeeld van senatoren en ridders ongetwijfeld gevolgd; het toedieningssyndroom of 'pushing behaviour'.

Caesar Augustus vaardigde in 17 v.Chr. wetten uit die moreel verval en seksuelemisdrijven moesten beperken. Onder invloed van vrijgezellenconsuls werden die wetten in 9 n.Chr. wat versoepeld, maar de verslagen van verkrachtingen, perversiteiten en seksuele uitspattingen van Nero, Commodus, Caligula en Heliogabalus liegen er niet om. Ondertussen raakte alles in het Westen in verval en werd de traditionele moraal overboord gezet. 

Drugs, drank en seks, vormden een heet hangijzer. Voorbehoedsmiddelen waren reeds lang bekend. Met vaginaaltabletten uit aluin, zwavel en kopersulfaat trachtte men conceptie te voorkomen. Kinderloosheid was een grote eer en bracht veel rijke vrienden mee.

Enerzijds zien we een maatschappij van excessen, anderzijds een sober en buitengewoon streng leven in seksuele onthouding en martelaarschap, alsof men wilde terugkeren naar de filosofenmantel. De gezins- en familieband werd losser en van controle op drugsgebruik zal nauwelijks sprake zijn geweest. Goffart zat er niet ver naast met zijn opmerking: 'What we call the Fall of the Western Roman Empire was an imaginative experiment that got a little out of hand'.

 

Een beetje meer informatie over drugsgebruik in en rondom de Romeinse tijd, zie hier:

historianet.nl/opium-opwekkend-en-dodelijk

 

Uiteindelijke conclusie:

Zoals bovenstaand al beschreven is werden drugs op veel manieren gebruikt: als verdovend middel,  om een moord mee te plegen en voor zelfmoord. Vooral de eerste 2 hadden veel invloed. Soldaten werden soms onwel van de drugs, voor sommigen werd het hun dood. Ook was hun reactievermogen erg traag als ze onder invloed van drugs waren, mochten ze dan in gevecht raken konden ze geen optimale weerstand bieden tegen hun belagers. Ook werden belangrijke mensen (senatoren, officieren of keizers) vergiftigd omdat iemand het niet met hem eens was, of een infiltrant die de opdracht had gekregen om diegene uit de weg te ruimen.